Info

Tomos de jaren '60

 "Tomos is net even iets anders" was de reclame slogan van Tomos -Vedezo in Nederland. Zoals de meeste wel weten is de Tomos voortgekomen uit een licentie overeenkomst met Puch. Je leest dan ook vaak dat Tomos de technische kennis niet in huis had ed. Dat het dan gelijk een goedkope immitatie is van de Puch vind ik dan ook onzin. Ik zal het nog sterker vertellen, de eerste Puch's werden gemaakt bij Tomos omdat Puch in eerste instantie geen produktielijn vrij had voor de bromfiets fabricage, men was toen nog druk bezig de vraag naar motorfietsen te voldoen.(Bron: oud hoofdvertegenwoordiger van stokvis).

De Tomos fabrieken in Koper (joegoslavie, nu Slovenie) maakten en assembleerde meer dingen dan alleen bromfietsen. Ze assembleerde b.v. de Citoën AMI 6. Tevens hadden ze een hele goede 1 en 2 cilinder buitenboord motor ontworpen en geproduceerd. Tomos was dan ook in die dagen een hyper moderne fabriek. Ze hebben een aantal ontwerpverbeteringen doorgevoerd wat de kwaliteit verbeterde. vb.: frames werden van binnen ook gespoten wat doorroesten tegen ging. Van af 1966 werden de brommers geassembleerd in Epe wat de kwaliteit zeker ten goede kwam. Daarbij heeft Tomos nog een aantal eigen ontwerpen op de markt gebracht die best de moeite waard waren. (allen niemand wou ze hebben). Nu zijn die modellen dus zeer zeldzaam).

Je had tussen 1960 en 1970 in principe 4 basis modellen. De Standaard (58-er VS 50), de Super Sport, de Silverstreak en de Sport 3L. De Tour de Luxe was een Standaard met een Super Sport voor partij. Beiden hadden een lange en dunne uitlaat met uitzondering van de 3L sport. Deze had een dikke uitlaat pijp zoals elke 3L die had. De Super Sport heb je gehad met eerst een ronde tank('60 t/m '63) en later een vierkante tank ('64 t/m '65). Er is een aantal jaren geen sport model geweest. In 1960 heeft er op de tweewieler RAI een supersport gestaan met een standaard voorpartij. of deze ook daadwerkelijk in nederland is verkocht en onder welke typering is mij niet bekend. Tot de L en de E serie gaf de T aan in de typering dat je te maken had met een 3 versnellingsmodel. Een overzicht wat er in die dagen op de nederlandse markt leverbaar was:

 Bouwjaar  Model  Type  Prijs Hfl  Aantal Versnellingen
1960 Standaard 03PV 650,- 2
1961 Standaard ²) 03PV 650,- 2
  Tour de luxe ²) O3PV 670,- 2
  Super Sport ²) 03PSS 720,- 2
1962 Standaard ²) 03PV 650,- 2
  Tour de luxe ²) 03PV 670,- 2
  Super Sport ²) 03PSS 720,- 2
1963 Silver Streak ²) O3P 598,- 2
  Tour de Luxe ²) O3PV 650,- 2
  Super Sport ²) 03PSS 720,- 2
1964 O.3 P/Stand. 03P 598,- 2
  T.O.3 P/Stand. T03P 645,- 3
  O.3 PV/Stand. ²) 03PV 620,- 2
  T.O.3 P/S.S. T03PSS 775,- 3
1965 3 P 3P 640,- 2
  T 3 P T3P 675,- 3
1966 3 P ²) 3P 690,- 2
  T 3 P T3P 725,- 3
  2 E ²) 2E 760,- 2
  3 P 3P 690,- 2
1967 2 E 2E 795,- 2
  2 L ? 2L ? ? 2
  3 E 3E 760,- 3
  3 L 3L ? ? 3
1968 2 E 2E 845,- 2
  2 L 2L 845,- 2
  3 E 3E 875,- 3
  3 L 3L 875,- 3
  Sport 3 L 3L 945,- 3
1969 2 E 2E 845,- 2
  2 L 2L 845,- 2
  3 E 3E 875,- 3
  3 L 3L 875,- 3
  4 L 4L 975,- 4
         

Bron; De Bromfiets 1960 - 1969
²) = 3 bak tegen meerprijs leverbaar.

Beschrijving Modellen 1960 - 1969
Tomos is altijd in grote lijnen identiek geweest aan de Puch VS50L uit 1958.


Wanneer Tomos precies gestopt is met de fabricage van de 2 en 3 versnellings brommers is mij niet bekend. Ik vermoed dat ze in 1972 / 1973 gestopt zijn met de frabicage van deze modellen. De 4L was immers veel moderner en beter.

Wapen feiten:
Motorblok:
-Standaard 60 CC carters. De tapeinde zijn M7 i.p.v. M6 zoals bij Puch. Tomos kon 60 CC cilinders wel leveren maar ze stonden niet vermeld in de onderdelen boeken. Deze cilinders zaten op vroege buitenboordmotoren en op aggegraten.De cilinder had een vermogen van 2,8 PK bij 4600-5800 tpm. (standaard cilinder had 1.8 PK bij 5500 tpm.) NB. dit zijn geen cilinders van de latere buitenboord motoren die ook op de Puch R-blokken passen. Het is dus niet dat je brommer veel harder liep maar je koppel was beter. De 49 CC cilinders werden in het begin bij TRM gemaakt later werden er geknepen E- en L-cilinders van het merk/type TUM142A gemonteerd. De lange uitlaat en bij de E- serie het missen van de ventilator heeft er voor gezorgt dat de tomos te veel vermogen leverde. Dit heeft men gecompenseerd door alle poorten te verkleinen, uitlaatbocht te verlengen en compressie terug te brengen. Gevolg; Met name de E-cilinders komen amper op bedrijfs temperatuur wat slijtage weer in de hand werkt. Bij een E-cilinder zijn de tapeinde langer. Het blok mist 2 boutgaten om de luchtkoelings kappen van een L-blok te monteren. Het kettingscherm van een E-blok past standaard erg slecht op het motorblok. Tomos heeft niet de moeite genomen om het kettingscherm goed pas te maken.
-Motor ophanging is iets anders er zit ook nog eens verschil tussen een vroeg blok en een laat blok.
-Carterdeksel mist bevestigings mogelijkheid voor een kickstarter.
-Tomos heeft altijd een peilstok gehad.In het begein eentje van metaal later een van plastic (na 1970). Bij een carterdeksel voor een plastic peilstok lijkt het net of het schroefdraad van het peilstokgat dol is. Dit hoor zo.
-Krukas lagers en keerringen zijn van een goed merk (SKF, FAG en de keerringen van Steffa), de rest is goedkoop joegoslavisch spul. De krukas zelf is naar mijn mening van zeer goede kwaliteit. Krukas heeft geen spie maar een pinnetje voor het borgen van het vliegwiel. De drijfstang heeft altijd een 10 pen gehad.
-Versnellingsbak; 2V; 1 is korter de 2 Langer. 3V; 3 Is geen closeratio, een echte extra versnelling dus. De vertanding van de vesnellingsbak is grover dan die van de Puch. Dit geeft het typische "joelende" geluid. Dit geluid is anders dan dat van de 4L of de A3 het doet me meer denken aan het geluid van een race wagen uit de jaren 50. Bij een 2 bak is dit geluid erger dan bij een 3 bak.
-De koppeling van een Tomos is dieper dan die van een puch. Ik denk dat als de koppelings naaf ook dieper was geweest er ruimte was geweest voor drie koppelings platen ipv. 2 stuks. Dit geeft weer de mogelijkheid om met meer vermogen te gaan rijden zonder dat dit te koste gaat aan de koppeling.
-Tomos was in 1964 de eerste en enige bromfiets in nederland met voetversnelling die goedgekeurd was door TNO.
-Blok doet qua kwaliteit / afwerking niet onder voor Puch
-Dikkere achterrem kabel.
-Tomos frames / blokken hebben 6 ipv. 7 cijfers. De frame's hebben soms nog minder cijfers. Bij een later L frame staat het frame nummer helemaal onderin het frame. Bij de latere blokken staat achter het blok nummer ook nog eens het type blok. Matching numbers gaat ook op bij type plaatjes Tomossen. Bij Tomossen zonder type plaatjes is het mij onbekend of men matching numbers heeft gehanteerd. Ik vermoed van niet want de 4l heeft naar mijn weten ook geen matching numbers. Rijwiel gedeelte:
-Naven met "randje", binnen assen hiervoor zijn beter, makkelijker en sneller te vervangen doordat er geen segerringen op de binnen as zitten. Deze naven herken je aan het randje aan de buiten kant van de naven.
-Ankerplaten zijn nèt iets anders dan die van de Puch. Ze missen de verstevigings driehoekjes waardoor de remkabel doorheen loopt.
-Ankerplaat klouw mist dat lipje dat de ankerplaat van de Puch wel heeft.
-Frame heeft nooit doorvoer rubbers gehad.
-Frame is van binnen ook gelakt, wat roesten tegengaat. -Voorspatbord uit 1 stuk gestanst, dit gaat roesten tegen, nadeel: niet "strak" af fabriek omdat er te veel rondingen in zitten.
-Achterbrug heeft gaten voor bevestiging van duo voetsteunen. Ook lopen er kleine lipjes aan de binnen kant van de rechter achterpoot van de achterbrug. Hiermee zet je de bedrading vast van de remlicht schakelaar. De aanslag punten van de standaard op de achterbrug zijn pinnen in plaats van blokjes zoals dat bij de Puch. De silenceblocks voor bevestiging van de achter veren hebben boutgaten van M7 ipv. M8.
-Doordat Tomos van af 1966 in Epe is geassembleerd is er veel gebruik gemaakt van nederlandse onderdelen (Lucia verlichting/teller, Vredestein banden, velgen en spaken van Schothorst, bagagerekken van Stuco en Bahja) Maar ook de algehele afwerking / kwaliteit is in die jaren flink verbeterd doordat men in Epe is gaan assembleren. Het lakwerk is van betere kwaliteit maar is wel grover afgewerkt. De naven zijn grover gegoten en van slechtere kwaliteit vergeleken met die van de Puch. De gaten voor de spaken willen nog wel een uitlurpen vooral als er met snel spul gereden wordt. Verder willen de naven nog wel eens onherstelbaar ingevreten zijn. Mijn mening is dat in het geheel gezien de meeste Tomossen in B-staat verkeren, gebruikt maar niet tot de draad versleten zoals bij vele Puchs.

Tomos leverde ook een behoorlijk aantal after market artikelen zoals; Zwabberstang, Verchromde deksels voor de gereedschapstrommels, Buddyseats, kofferekken hiervoor, treefje, normale bagagerekken met en zonder klembeugel (zonderklembeugel lijkt meer op het model Puch dus smaller), Beenschilden etc.etc. Maar Puch had vooral na '69 meer after market artikelen dan Tomos Het Trial stuur en het 4L stuur is typisch een onderdeel dat speciaal voor de nederlandse markt is gemaakt.
-Een Buddyseat heette bij Tomos een krokodil buddyseat door het reliëf.
-Tot slot; een Tomos is gemaakt door voornamelijk vrouwen dus met vrouwelijke preciese gemaakt oftewel kwaliteit. en zoals de reclame slogan luidde in de jaren 60;
Tomos is toch wel even iets anders !


  NB. Het is goed mogelijk dat de gegeven informatie niet alles klopt of niet geheel volledig is. Dit komt omdat er heel weinig documentatie is van en over Tomos. Documentatie is dus van harte welkom.

Joep Keukens.

 

 


Back to mainpage

last updated 9-2-99  


1999 © PnP-Systems Holland / Joep Keukens